In heel Nederland zetten bestuurders zich in om het vraagstuk rondom wonen, welzijn en zorg voor ouderen aan te pakken. Van bestuurders van welzijnsorganisaties en gemeenten tot bestuurders van zorginstellingen en woningcorporaties. Om hun harde werk te waarderen en om anderen te inspireren, lichten we graag een aantal mensen uit aan de hand van drie vragen. In deze editie: Liesbeth Grijsen, gedeputeerde Wonen, Ruimtelijke Ordening en Participatie bij de provincie Overijssel.
1. Wat is jouw persoonlijke missie?
“Wonen en zorg zijn twee onderwerpen die je niet los van elkaar kunt zien, ze staan daarom allebei bovenaan mijn to-dolijst. Nederland vergrijst in hoog tempo. Bij het plannen en bouwen van de duizenden nieuw te bouwen woningen moeten we daarom rekening houden met hoe we met zijn allen prettig oud willen worden. Dat is voor iedereen anders natuurlijk. Maar we moeten zorgen voor passende woningen, waar ruimte is voor ontmoeting. Waar aandacht is voor welzijn en zo nodig ruimte voor collectieve zorg. Wonen en zorg gaat straks nog meer over het ‘samen doen’.”
2. Kun je een project noemen waarbij je betrokken was en waar wonen, welzijn en zorg voor ouderen mooi samenkomen?
“In Overijssel zijn er steeds meer mooie voorbeelden. Als provincie subsidiëren we ouderenwoningen en ontmoetingsruimtes en stimuleren we het versneld realiseren van passende woningen. Bijvoorbeeld het SamSam Huis in Zwolle, een woonvorm voor alleenstaande 55-plussers met extra ruimte voor ontmoeting. En in Delden worden nu 44 levensloopbestendige woningen gebouwd met een ontmoetingsruimte voor bewoners en buren.”
3. Als je morgen minister van VRO of VWS zou worden, wat zou je dan doen?
“De handen uit de mouwen steken. Volgens mij weten we in Nederland heel goed wat nodig is. Te veel mensen wachten op een passende woning. Daarbij wil iedereen zo lang mogelijk zelfstandig wonen en zelf regie kunnen houden. Dat vraagt aandacht en agendering van andere woonvormen. Meer oog voor welzijn, ontmoeting en informele zorg. Maar ook doorpakken en stabiel beleid en het wegnemen van belemmeringen.”