Bestuurders in de spotlight: drie vragen aan Mathil Sanders

10-03-2026

In heel Nederland zetten bestuurders zich in om het vraagstuk rondom wonen, welzijn en zorg voor ouderen aan te pakken. Van bestuurders van welzijnsorganisaties en gemeenten tot bestuurders van zorginstellingen en woningcorporaties. Om hun harde werk te waarderen en om anderen te inspireren, lichten we graag een aantal mensen uit aan de hand van drie vragen. In deze editie: Mathil Sanders, wethouder CDA Geldrop-Mierlo. 

mathil sanders2

1. Wat is jouw persoonlijke missie? 

De laatste tien jaar, voordat ik wethouder voor het CDA werd, heb ik als wijkverpleegkundige voor Buurtzorg gewerkt. Elke ochtend aan het bed en in de middag je talenten gebruiken om patiëntenzorg te verbeteren. Aangezien ik ook gezondheidswetenschapper ben, kreeg ik de ruimte obijvoorbeeld preventieprojecten op te starten. Samen eten was daarbij de onderlegger om eenzaamheid en verborgen ondervoeding tegen te gaan. Ook kwam ik steeds meer schrijnende situaties tegen die veroorzaakt werden doordat de verzorgingshuizen wegbezuinigd waren. Een politieke keuze om wonen en zorg te scheiden. De nadelige effecten daarvan zag ik elke dag voorbijkomen. Ik vind dat we als samenleving beter mogen zorgen voor onze, vaak kwetsbare ouderenDaarom werd wonen, welzijn en zorg voor mijn drijfveer om dit op de politieke agenda te krijgen.

 

2. Kun je een project noemen waar je bij betrokken was en waar wonen, welzijn en zorg voor ouderen mooi samenkomen? 

Als wethouder Sociaal Domein merkte ik al snel dat de woonzorgvisie vooral vanuit een ruimtelijk perspectief werd ingevuld. Er was geen samenwerking en samenhang met het sociaal domeinmedewerkers spraken een verschillend jargon over de uitdagingen van de oudewordende samenleving, huizen bouwen was belangrijker dan rekening houden met wensen van doelgroepen. Naast betrokkenheid bij de landelijke en provinciale aanjaaggroep wonen, welzijn en zorgben ik drie jaar voorzitter geweest van Het Juiste Thuis, het regionale platform in Zuid-Oost Brabant om wonen en zorg bij elkaar te brengen. Het is uitgegroeid tot een netwerkorganisatie van meer dan 50 partijen. Na drie jaar heeft de stuurgroep besloten dat het onderwerp voldoende op de agenda staat. Het is nu tijd dat we gaan bouwen op zo’n manier dat we geen stenen stapelen maar gemeenschappen bouwenWe hebben geconstateerd dat de systeemwereld niet alleen de oplossing kan bieden en dat we samen met de leefwereld aan zet zijnZo kunnen we werken aan een toekomst met minder zorg en meer aandacht voor elkaar. 

 

3. Als je morgen minister zou worden, wat zou je dan doen? 

Ik ben de politiek ingegaan voor de senioren maar wordt als wethouder overspoeld door de jeugdzorg problematiek. De gemene deler tussen de uitdagingen in de ouderen- en jeugdzorg is eenzaamheid en eenzaamheid is ziekmakend. Ik zou de minister van Brede Welvaart willen zijneen visie ontwikkelen en deze hoog op de politieke agenda zetten om onze economisch gerichte samenleving in evenwicht te brengen met preventie in de zorgstimulerend onderwijs en een basale bestaanszekerheid. Dan krijgen mensen tijd en kracht om in buurten en wijken elkaar aandacht te geven. Aandacht geven en ontvangen is de kracht van positieve gezondheid.