In heel Nederland zetten bestuurders zich in om het vraagstuk rondom wonen, welzijn en zorg voor ouderen aan te pakken. Van bestuurders van welzijnsorganisaties en gemeenten tot bestuurders van zorginstellingen en woningcorporaties. Om hun harde werk te waarderen en om anderen te inspireren, lichten we graag een aantal mensen uit aan de hand van drie vragen. In deze editie: Peter Boerenfijn, directeur woningcorporatie Habion.
1. Wat is jouw persoonlijke missie?
“Mijn persoonlijke missie is ervoor te zorgen dat mensen in Nederland samen goed oud kunnen worden. Ouder worden mag nooit betekenen dat je autonomie, waardigheid of betekenis verliest. Al jarenlang werk ik vanuit de overtuiging dat goed wonen én een hechte gemeenschap met je buren daarbij de sleutel zijn. Niet zorg die domineert, maar kunnen doorleven vanuit je woning, met zorg beschikbaar wanneer dat nodig is.
We moeten stoppen met de aanbodriedel op volgorde van ‘wonen, zorg en welzijn’. In plaats daarvan moeten we ouderen veel vaker vragen wat zij zelf nodig hebben om samen oud te worden. Met Habion zetten we ons uitsluitend in voor ouderen, juist ook voor mensen die kwetsbaar zijn. Daarbij vragen we niet: ‘Wat mankeert u?’, maar: ‘Hoe wilt u leven? Wat heeft u daarvoor nodig? En wat kunt u zelf bijdragen?’
Die vragen hebben geleid tot woningen en zorgzame gemeenschappen waarin mensen naar elkaar omkijken, talenten benutten en niet steeds hoeven te verhuizen naarmate zij ouder worden. Natuurlijk is er zorg aanwezig, maar dat is niet het vertrekpunt. Liv inn is daarvan het meest tastbare voorbeeld. Daar zie je wat er gebeurt als bewoners echt aan het roer staan: dan ontstaat geen vastgoedproject, maar een leefgemeenschap. Een plek waar mensen van betekenis blijven voor elkaar én voor de buurt.
Mijn missie is geslaagd als ouderen niet alleen langer zelfstandig wonen, maar zich ook gezien, nodig en thuis voelen.”
2. Kun je een project noemen waarbij je betrokken was en waar wonen, welzijn en zorg voor ouderen mooi samenkomen?
“Nee, eigenlijk niet. Ik kan wél projecten noemen waar mensen vanuit hun eigen wensen samen goed oud worden. Bijvoorbeeld de drie Liv inn-locaties in Alkmaar, Delft en Hilversum, of Ubuntu in Zutphen en Mijnsheerlijckheid in Kudelstaart."
3. Als je morgen minister van VRO of VWS zou worden, wat zou je dan doen?
“Als ik morgen minister van VRO of VWS zou zijn, zou ik beginnen met het doorbreken van de schotten tussen wonen, welzijn en zorg. Eigenlijk zou ik minister van Vergrijzing willen zijn, waarin onderdelen van VWS én VRO samenkomen. Want zolang we die werelden gescheiden blijven organiseren, blijven ouderen de prijs betalen. Het scheiden van wonen en zorg is een financiële operatie geweest. In de praktijk moet je die juist verbinden.
En dan zou ik vertrekken vanuit de vraag van ouderen. Vanuit échte levens: hoe willen mensen ouder worden, in hun wijk, met hun netwerk, wat hebben ze nodig en wat dragen ze zelf bij? Niet vanuit systemen, regels of indicaties.
Concreet zou ik inzetten op grootschalige transformatie, verbouw en nieuwbouw van woonvormen zoals Liv inn: plekken waar mensen met elkaar kunnen dóórleven en in principe niet meer hoeven te verhuizen. Waar de gemeenschap een deel van de ondersteuning opvangt en zorgprofessionals zich kunnen richten op waar zorg echt nodig is.
Dat is niet alleen menselijker, maar ook noodzakelijk. De vergrijzing neemt snel toe, terwijl het aantal zorgprofessionals achterblijft. Als we blijven denken in ‘meer zorg’, lopen we vast. Investeren we in woon- en leefgemeenschappen, dan maken we van een zorgvraag een burenvraag.
Tot slot zou ik bewoners zelf structureel een stem geven in beleid. Niet als inspraak achteraf, maar als vertrekpunt. Ouderen weten namelijk heel goed wat ze nodig hebben, als je het ze maar vraagt. Wij hebben daar inmiddels al meer dan tien jaar ervaring mee.”