In heel Nederland zetten bestuurders zich in om het vraagstuk rondom wonen, welzijn en zorg voor ouderen aan te pakken. Van bestuurders van welzijnsorganisaties en gemeenten tot bestuurders van zorginstellingen en woningcorporaties. Om hun harde werk te waarderen en om anderen te inspireren, lichten we graag een aantal mensen uit aan de hand van drie vragen. In deze editie: Pien de Jong, bestuurder bij Zorggroep Amsterdam Oost en voorzitter van de stuurgroep van het Amsterdamse initiatief Lang Leven Thuisflats.
1. Wat is jouw persoonlijke missie?
“Je kunt behoorlijk somber worden van al die toekomstscenario’s over de zorg. Gelukkig zijn er ook oplossingen, die soms zelfs voor het grijpen liggen. Wat mijn werk zo mooi maakt, is dat ik gedreven mensen ontmoet die oprecht willen samenwerken én zich durven te verbinden aan concrete resultaten. En niet alleen in de zorg! Ook bij woningcorporaties, zorgkantoren en verzekeraars, gemeenten en welzijnspartijen is veel energie om samen aan de slag te gaan.”
2. Kun je een project noemen waarbij je betrokken was en waar wonen, welzijn en zorg voor ouderen mooi samenkomen?
“Dat moet je mij natuurlijk niet vragen, want dan krijg je maar één antwoord: de Lang Leven Thuisflats. En wat ons betreft is dat allang geen ‘project’ meer, maar een structureel beter aanbod voor ouderen in onze stad. We zijn nog lang niet klaar. Op dit moment maken twintig flats deel uit van het programma en in 2030 moeten dat er minimaal dertig zijn.
In een Lang Leven Thuisflat wonen ouderen zo lang mogelijk zelfstandig en comfortabel thuis. Ook als hun behoefte aan zorg toeneemt. Dat lukt dankzij een hechte samenwerking tussen bewoners, woningcorporatie, één thuiszorgorganisatie en een welzijnspartij. Samen zetten zij zich in om een flat seniorvriendelijk te maken: fysiek toegankelijk, veilig, met een vast zorgteam op de achtergrond, leuke activiteiten en een gezellige ontmoetingsruimte.
Zo bouwen we aan een gemeenschap waarin ouderen nog lang en met plezier kunnen wonen. Maar het doel is breder dan alleen gemeenschapsvorming. We willen ook (en vooral) de zorg thuis toegankelijk houden. Dit doen we door per flat met één thuiszorgorganisatie te werken in plaats van tien verschillende aanbieders. Tegen de marktwerking in organiseren dus. Daar wordt de zorg beter van en het werk veel leuker.”
3. Als je morgen minister van VRO of VWS zou worden, wat zou je dan doen?
“Voor de ontwikkeling van de Lang Leven Thuisflats hebben we veel steun gekregen van zorgkantoor Zilveren Kruis en de Gemeente Amsterdam. Zonder hen was het nooit gelukt. Tegelijkertijd is deze beweging te belangrijk om afhankelijk te blijven van tijdelijke regelingen en potjes.
Daar komt bij dat de businesscase ijzersterk is. Er zijn landelijk al 65 mooie initiatieven, waaronder de Thuis Plus Flats in Rotterdam. Deze inmiddels succesvolle aanpak verdient zich vele, echt vele malen terug! Als minister zou ik de aanpak verankeren én hier actief op sturen.
Gelukkig is daarvoor geen wetswijziging nodig. De nieuwe Wet Domeinoverstijgende Samenwerking (DOS) leent zich uitstekend om de samenwerking tussen wonen, welzijn en zorg structureel te financieren.”